Reisverslag India 2005

  • Jan Glissenaar
  • 2005

De laatste (22ste) groepsreis die ik heb begeleid was voor mij een uitstekend sluitstuk. Niet in het minst omdat alle medereizigers het ook een goede reis hebben gevonden, ondanks het feit dat ze het allemaal ook een zware en eigenlijk ook een – zoals vaker het geval was – te overvolle reis vonden. Maar zonder uitzondering vergaven ze me dat laatste. ‘We hebben daardoor zoveel gezien.’ ‘Ik ben bemoedigd en enthousiast door de inventiviteit, moed, strijdlust en volhardendheid van vele groepen die zelf bezig zijn hun leefomstandigheden te verbeteren.’ Een ander, die ook de vorige reis naar India meemaakte, schrijft dit keer veel meer betrokken te zijn geraakt om de vele moed en doorzettingsvermogen die zij bij de bezochte groepen voelde.

In grote lijnen volgde deze Indiareis dezelfde route als de vorige. Start in Hyderabad. Via de kalksteenovens naar Guntur en naar het ook voor andere India-reizigers overbekende Proddatur, waar onze oude vriend Asirvadam zoveel heeft bereikt met zijn ijveren voor de Oliviaschool, maar nu zijn gezondheid vrij snel achteruit voelt gaan. En waar daarentegen dochter Vara zich ontpopt als een kloeke opvolger van haar vader: niets van dalit-bangigheid toont als zij een grote groep, ook mannen in een dorp toespreekt. Een tussenstap in Chittoor, waar twee nieuwe contacten werden bezocht. Dan weer naar Regina en Sundar in Chennai, die ons dit keer behalve in de steengroeve ook bij veel slachtoffers van de tsunami brachten, ook verder naar het zuiden. Vervolgens Madurai en de plaatsen ten zuiden daarvan en dit keer gescheiden uitstapjes naar Gandhigram en Tirupur. Met als afsluiting weer Nagercoil, op de uiterste zuidpunt van het land en het strand in Kovalam. Terugvlucht vanuit Trivandrum. Weer veel interessante contacten met meestal erg aardige en actieve mensen, die ons veel informatie en door hun voorbeeld vooral ook inspiratie boden.

Wat de reis echter voor mij bijzonder goed maakte was het bezoek aan de boerinnen in het Medakdistrict (zo’n honderd kilometer ten noordwesten van Hyderabad) die de in verval geraakte traditionele landbouw van de streek weer oppakken en deze nieuw elan geven. Ze laten zien dat een landbouwontwikkeling die voortbouwt op wat door eeuwenlange ervaring is opgebouwd, althans in hun streek, verre te verkiezen valt boven de overstap naar gebruik van kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en hybride zaden, die op veel plaatsen te snel is gemaakt en kleinschalige landbouwers vaak noodlottig wordt De boerinnen slagen er in om door een goed gebruik van veel eerder niet ontdekte mogelijkheden in de natuur en in het verwerken van de producten weer een goede zelfvoorzieningslandbouw op te zetten, waarbij hun eigen leven ook veel meer maatschappijbetrokken en daardoor rijker wordt. Ik hoop dat we vanuit Wederzijds, door het ontwikkelen van een intensief contact met hun ‘Deccan Development Society’ in staat zullen zijn deze ontwikkelingsrichting goed te leren kennen. Heel bijzonder vond ik ook ons bezoek aan een aantal dorpen in het district Kanyakumari op de zuidpunt van India, die precies een jaar eerder door de tsunami werden getroffen. Daar beeldde een groep vrouwen ons nabij het strand van het eveneens getroffen dorp Azhikal uit hoe zij als vissersvrouwen het geweld van de enorme watervloed hadden ondergaan. Volledig verrast en overrompeld tijdens hun dagelijkse bezigheden. Onmiddellijk tastend naar hun kinderen die zij in aantal gevallen uit hun handen gerukt voelden worden. Hun droefheid om de vele doden uit hun midden. Moeders die een of zelfs meer kinderen verloren. Vrouwen die hun man kwijt zijn. Hun huis weg, hun spullen, hun boten, hun netten. Hoe ze elkaar trachtten nog een beetje overeind te houden. Maar ook hoe het hen daarna verging. In een opvangcentrum kregen ze eten, drinken, een deken en een matje om op te liggen. Maar na enige tijd moesten ze er weer weg. Terug naar hun dorp. Kregen wat materiaal om iets aan half verwoeste huizen te doen. Anderen voelden zich gedwongen om bij familieleden in te trekken. Ze hoorden dat er bakken vol hulpgelden waren, maar zij zagen daar niets van. Ze probeerden er aan te komen via de pastoor. Hij bracht hen bij het parochiebestuur. Allemaal mannen. Die blaften hen af. Vrouwen moeten hun mond houden! En zo blijven ze nog zonder de hulp die ze hard nodig hebben. Onder andere om hun kinderen weer naar school te kunnen sturen. Veel kinderen zijn ook hun uniformpjes, hun schriften en schrijfgerei kwijt. En vooral: ze zijn bang geworden voor de zee. De zee die voor hen, vissersgezinnen, een moeder was. Maar deze moeder heeft zich nu ontpopt als zeer verraderlijk. Veel kinderen willen geen visser meer worden, maar wat dan? In ieder geval iets leren, lijkt de conclusie. Maar we hebben de middelen daarvoor niet. Veel kinderen moeten ook werken voor een beetje inkomen. Help ons roepen de vrouwen. Maar ze besluiten krachtig met een: Er bestaat geen wereld zonder vrouwen.

Deze vrouwen, die de ramp die hen heeft getroffen en de gevolgen daarvan voor hen, zo buitengewoon treffend voor ons uitbeeldden hebben naar mijn gevoel echt recht op onze solidariteit. Ik ben echt blij ze nu voor de tweede keer – vorige keer verbeeldden ze voor ons ook heel treffend wat kinderarbeid voor hen betekent – in deze vorm te hebben ontmoet. Ze zetten zich onder leiding van Dr. Mary Pillai bijzonder actief in om de toestand in hun dorpen te analyseren en de vrouwen te organiseren voor een ontwikkelingsproces naar eigen aard en mogelijkheden. Ze hebben ons ook op het spoor gezet contact op te nemen met de Nederlandse fondsorganisatie die de Nederlandse tsunamigelden in hun omgeving moest verdelen. We hebben deze organisatie voorgesteld tot een samenwerking te komen. Wij kunnen haar met onze reizen helpen de groepen die echt niet overgeslagen mogen worden te bereiken. Terwijl wij op deze wijze meer kunnen betekenen voor deze groepen die met hun echte inzet zoveel voor ons betekenen.

Met name zulke ontmoetingen maakten voor mij deze laatste van de 22 groepsreizen die ik heb begeleid tot ook een van de beste reizen en in ieder geval een uitstekend sluitstuk.

d
c